.
Verder kwamen er alleen Thai in grote groepen om deel te nemen aan congressen met uitgebreide diners. Zwemmen kunnen de meesten niet zodat ik de pools iedere dag voor mijzelf had. En als ik aan de rivier zat, zag ik soms hele dagen niets anders dan een passerende visser en bontgekleurde vogels die daar hun bad namen. Toen ik bij vertrek aan de weg stond te wachten op de bus, kreeg ik een lift van een pick-up en kon ik in de achterbak mee tot het volgende dorp. Later bleek dat naast de chauffeur twee Thai zaten die stoned of dronken waren, niet helemaal duidelijk. Maar in dat dorp kon ik toch heelhuids weer met een songthaew (open karretje) verder. Voor de kerstdagen ben ik weer naar Bangkok gegaan waar ik een leuke ontmoeting met vrienden uit Nederland had. Na een korte periode in Thailand ben ik op tweede kerstdag naar Saigon gevlogen.

Een aantal van de eigenaren verhuurt kamers, met name voor longterm visitors. De kamer had een heel Japanse uitstraling. Dus meteen maar houten slippertjes met parelmoer ingelegd gekocht op de nightmarket. Nog net geen madame Butterfly gaan zingen, want dan hadden ze me waarschijnlijk meteen buiten gezet. Iedere ochtend werd ik gewekt door het kabaal van de sportlessen die in een pand erachter werden gegeven. Veel gespring, geschreeuw en inspanning zo te zien.
In de stad heb ik veel mooie en interessante plekken bezocht; schilders ateliers, musea, parken, moderne shopping malls en uiteraard de over bekende Binh Tay Market waar alle kunstnijverheid die in Vietnam gemaakt wordt te koop wordt aangeboden. Van de vroege ochtend tot de late avond veel geduw en getrek om bij de winkeltjes te komen. Iedere dag heb ik heel veel gelopen en af en toe naar het openbare zwembad om even af te koelen. Saigon is echt een leuke stad waar je ook erg lekker kunt eten. Uit de Franse tijd zijn de baquettes overgebleven. Een heerlijke afwisseling na al de oosterse gerechten.
Van Saigon is de reis verder gegaan naar Dalat in het centrale hoogland van Vietnam. Het was in de bergen aanmerkelijk koeler en ik had wat last van de moesson, maar met meerdere shirtjes over elkaar heen, heel goed te doen. Helaas bleef het ruim twee weken miezeren zodat ik een regenjas moest kopen. De hoogvlakte bestaat uit bergen, watervallen en groenblijvende wouden. Ik heb daar o.a. het Summer Palace van de 'last emperor' Bao Dai bezocht. Alles stond er nog bij alsof hij ieder moment kon binnenlopen. De keizerin had haar eigen vertrekken, heel stijlvol ingericht. Hij had zijn eigen slaapkamer met aansluitend zijn ’Moonlight Balcony’ waar hij kon rollebollen met zijn maitresses. Toen de communisten kwamen is hij gevlucht naar Parijs en daar later ook overleden in de armen van zijn eerste vrouw, de keizerin. De streek rondom Dalat is door het koelere klimaat heel geschikt voor bloementeelt en er zijn dan ook mooie kwekerijen. Verder heb ik hier weer pagodes, en natuurlijk musea bezocht. Na een paar dagen ben ik met de bus naar Nha Trang gegaan. De weg ernaar toe slingerde langs ravijnen en watervallen. Een prachtige route. Het duurde wel lang, maar het was de moeite waard. Nha Trang ligt aan de Chinese zee en heeft een prachtige diep turqoise baai, een haventje met authentieke chinese schepen en een gigantisch lang zandstrand. Er zijn veel leuke restaurantjes waar het goed toeven is.
De Franse invloed in hier nog heel duidelijk aanwezig in de vorm van de architectuur en het eten.
Langs het strand lopen fotogenieke Vietnamese vissersvrouwen met strooien punthoeden en manden boordevol heerlijke lobster en grote garnalen die ze ter plekke voor je klaarmaken.
In dit gebied bevinden zich ook nog de Po Nagar Cham Towers, hindoeïstische bouwwerken uit de 7e en 12e eeuw. De plek wordt druk bezocht door zowel ethnische chinezen als hindoeïsten en Vietnamese buddhisten. Allemaal in dezelfde ruimte en bidden vanuit hun eigen religie of filosofie. Totaal geen moeilijke religieuze strijd. Ook in Nha Trang staat er nog een gerestaureerde villa op een rotspartij aan het strand van de emperor Bao Dai. In het stadje zijn veel schilders ateliers, waar zowel goed geschilderde westerse kopieën als autonome werken te koop aangeboden worden. Ik heb een mooi schilderij gekocht en opgerold in een koker meegenomen. Hier heb ik ook heel sterk fotowerk gezien van Long Thanh, een fotograaf die in 1951 in Nha Trang is geboren en zijn hele leven alleen in zwart wit heeft gefotografeerd. Heel indrukwekkende foto’s.
www.elephantguide.com/longthanh/galleries/index.htm
www.the-artists.org/artist/Long_Thanh.html

Daar vandaan ben ik weer verder gegaan naar Danang aan de oever van de Han Rivier en ook weer aan zee. Hier liggen de Marble Mountains en heb je ook weer prachtige vergezichten. Langs de waterkant ligt een lange boulevard met grote terrassen waar je uiteraard weer heerlijk kunt eten. Het hoogtepunt hier zijn de overblijfselen van de Po Klong Cham tempels uit de 13e eeuw. Ook weer regen, maar daardoor heb ik mooie dramatische foto’s kunnen maken. Toen ik aankwam, hing er een lage sluierbewolking en stonden de tempels in een dikke mist. Erg nat maar wel heel erg mooi.
Dertig kilometer onder Danang ligt het plaatsje Hoi An. In de 17e en 18e eeuw was het één van de belangrijkste havensteden van Azië. Voor Hollandse, Portugese, Chinese en Japanse schepen. Ik ben hier een paar dagen gebleven om al de historische gebouwen te bekijken.

De oude stad van Hoi An is beschermd door The Unesco Cultural World Heritage. Daardoor zijn er veel oude huizen en gebouwen geconserveerd en gerestaureerd. Je loopt er door de oude straatjes met overheidsgebouwen, houten Chinese huizen, een overdekte Japanse brug, kleine markten en in veel van de pandjes zijn kunstnijverheidzaken, galeries, eethuisjes en kleine hotels. Het is een heel aangename plek om een poosje te vertoeven.
Ik logeerde in het Than Binh III hotel dat geheel chinees was ingericht en op de balcons hingen rode lantaarns. Ik moest meteen denken aan de film Raise the red lantern van Chang Zhie Mou. Hier zijn we naar de My Son tempels gegaan. Nog ouder dan de Borobudur op Java en de Angkor Wat tempels in Cambodja.
Na een paar heerlijke dagen ben ik met de bus doorgegaan naar Hué, de oude keizerstad aan de Perfume River. De bouw hiervan is begonnen in 1687. Ook weer een cultureel hoogtepunt. De Citadel is te vergelijken met de Verboden stad in Peking maar wel veel kleiner. Toch beslaat het totale complex nog 10 km2. Binnen de Citadel, 2,5 x 2,5 km ligt de Forbidden Purple City met de paleizen, tuinen, ontvangsthallen en tempels. Dit deel was gereserveerd voor de keizerlijke familie met haar eunuchen en de keizerlijke concubines. De prachtige poorten in de stadswallen geven toegang tot het binnenste gedeelte van de stad. Het Palace of Supreme Harmony is een rijk gedecoreerde grote hal met een geheel versierd plafond en gesteund door 80 gebeeldhouwde en gelakte kolommen. De Halls of the Mandarins werden gebruikt door hoogwaardigheids bekleders tijdens officiële gebeurtenissen. En natuurlijk weer tuinen, tempels, pagodes, paviljoens en een klein museum met parafernalia van de keizerlijke familie. Het is teveel om allemaal op te

Echter niet alles was rozegeur en maneschijn in Hué. Een heel zwarte bladzijde in de geschiedenis is de recente Vietnam oorlog met Amerika.
In 1968 zijn er bij huis aan huis zoekingen door de communisten ongeveer 3000 burgers gedood, waaronder veel boeddhistische monnikken, intellectuelen, katholieke priesters en Zuid Vietnamese regerings ambtenaren. En later in een 10 dagen durend gevecht van het Tet offensief zijn er nog eens 10.000 mensen gedood. Het is dan eigenlijk nauwelijks te begrijpen dat de Vietnamezen zo aardig zijn tegen Engels sprekende toeristen.
In de omgeving van Hué zijn ook weer tombes en Duong No Village waar zich het huis van Ho Chi Minh bevind en Thuan An beach, een mooi strand aan de lagoon en de Perfume River. Helaas was het weer niet geschikt hiervoor. Na Hué ben ik teruggevlogen naar Saigon, waar ik nog vier dagen ben gebleven.
Ik ben echt onder de indruk van het land en de aardige bevolking. Het was weer een mooie reis en ik ben zeker van plan terug te keren. Tot slot ben ik teruggevlogen naar Bangkok, al haast een thuisbasis. Manuel, mijn zoon was inmiddels ook naar Thailand gekomen en we hebben na al het gereis nog een paar dagen aan het strand bij DolphinBay doorgebracht

Vietnam 2007-2008
Christhilde Klein




.jpg)


